Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.HET VERLOOP VAN HET GEDING
2.DE UITGANGSPUNTEN
3.DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.DE GRONDEN VAN DE BESLISSING
5.DE BESLISSING
24 juni 2014in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier.
Rechtbank Noord-Holland
HSV huurt van de gemeente een sportcomplex met een kunstgras voetbalveld dat sinds 2005 in gebruik is. In 2013 uitte HSV zorgen over blessures die mogelijk verband houden met de slechte staat van het veld. Na herhaald verzoek liet de gemeente een onderzoek uitvoeren door Kiwa, dat concludeerde dat het veld niet voldoet aan de NOC NSF-KNVB2 norm en een renovatie noodzakelijk is.
HSV vordert dat de gemeente herstelwerkzaamheden verricht zodat het veld wedstrijdwaardig wordt, met een dwangsom bij niet-naleving. De gemeente betwist de vordering en stelt dat het veld nog wedstrijdwaardig is omdat het niet door de KNVB is afgekeurd en dat het voorgestelde herstel voldoende is.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente gehouden is een wedstrijdwaardig veld te leveren volgens de geldende norm, ongeacht het ontbreken van een KNVB-afkeuring. De gemeente heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dispensatie mogelijk is en dat haar herstelvoorstel toereikend is. De gemeente heeft bovendien te laat gehandeld en daarmee haar zorgplicht geschonden.
De vordering wordt toegewezen met een dwangsom van €1.000 per dag, gemaximeerd op €40.000, en de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De gemeente is veroordeeld tot renovatie van het kunstgrasveld zodat het per 1 augustus 2014 voldoet aan de NOC NSF-KNVB2 norm, met oplegging van een dwangsom.