Uitspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 2 ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe dat voor dit feit slechts één bewijsmiddel (de aangifte namens Liander) voorhanden is, dat niet wordt ondersteund door enig ander bewijs. De aangifte, niet zijnde een proces-verbaal van een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 344 lid 2 maar Pro een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder Pro 5 van het Wetboek van Strafvordering (Sv.), is gelet op die laatste bepaling onvoldoende voor een bewezenverklaring.