Uitspraak
Met de raadsman van verdachte is de rechtbank van oordeel dat het onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte veroordeeld voor medeplichtigheid aan mensenhandel en deelname aan een criminele organisatie gericht op het uitbuiten van Roemeense vrouwen in de prostitutie. Verdachte hielp pooiers door slachtoffers te vervoeren, te begeleiden en te controleren tijdens hun werkzaamheden.
De zaak betrof twee slachtoffers die onder valse voorwendselen naar Nederland werden gebracht en gedwongen werden tot prostitutie. Verdachte was betrokken bij het toezicht houden op de slachtoffers en het uitvoeren van geldtransfers. De rechtbank verwierp de verweren van de verdediging omtrent onzorgvuldig vooronderzoek, onbetrouwbaarheid van verklaringen en bewijsuitsluiting.
Hoewel verdachte vrijgesproken werd van de primaire tenlasteleggingen, werd hij schuldig bevonden aan subsidiaire feiten van medeplichtigheid en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 18 maanden op, met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onevenredige belasting van het strafgeding.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan mensenhandel en deelname aan een criminele organisatie.