Uitspraak
Naar het oordeel van de rechtbank kan uit het dossier niet worden afgeleid dat aangever [slachtoffer] de in de tenlastelegging genoemde goederen onder dwang heeft afgegeven, zodat ter zake van deze goederen het tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde (afpersing in vereniging) niet bewezen kan worden verklaard. Verdachte zal van dat deel dan ook worden vrijgesproken.
€ 2.500,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;