ECLI:NL:RBNHO:2014:5334
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf wegens persoonlijke omstandigheden veroordeelde
De rechtbank Noord-Holland behandelde een vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van drie maanden, onderdeel van een tien maanden durende straf opgelegd op 8 maart 2012. De vordering was gebaseerd op het niet naleven van bijzondere voorwaarden door de veroordeelde tijdens de proeftijd.
De reclassering had aanvankelijk geadviseerd dat de veroordeelde de voorwaarden niet naleefde, maar lichtte toe dat dit voortkwam uit een gevoel van onmacht en niet uit onwil. Recentelijk had de veroordeelde zich wel aan zijn meldplicht gehouden, stond op de wachtlijst voor een cognitieve vaardighedentraining (CoVa) en was er hernieuwd vertrouwen in zijn medewerking.
De veroordeelde verklaarde dat hij door omstandigheden, zoals het niet kunnen inschrijven bij zijn vriendin waar hij woonde, niet aan het toezicht kon voldoen. Hij had inmiddels een eigen woning gevonden en was gemotiveerd om samen te werken met de reclassering. De officier van justitie en de verdediging onderschreven het standpunt dat tenuitvoerlegging niet wenselijk was.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden en het gewijzigde standpunt van de reclassering en officier van justitie voldoende reden waren om de vordering af te wijzen, waarbij rekening werd gehouden met artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf af vanwege de verbeterde naleving van voorwaarden en positieve adviezen.