Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
in de zaak 12-421
4.De beoordeling
in de zaak 12-421
6.422,00(2,0 punten × tarief € 3.211,00)
9.633,00(3,0 punten × tarief € 3.211,00)
Rechtbank Noord-Holland
De voormalig directeur van HG International B.V. stelde dat hij recht had op 7% van de verkoopopbrengst van de aandelen die in 2009 door de huidige aandeelhouders werden verkocht. Hij baseerde dit op een afspraak uit 1992 met de toenmalige aandeelhouder. De rechtbank oordeelde dat hij geen kwalitatief recht op deze 7% had, omdat hij geen aandeelhouder was en aandelen geen registergoed zijn waarop een kwalitatieve verplichting kan rusten.
Daarnaast vorderden de aandeelhouders terugbetaling van een vergoeding van €1.000.000 die zij in 2009 aan de voormalig directeur hadden betaald, op grond van dwaling. De rechtbank stelde vast dat er geen overeenkomst tussen de aandeelhouders en de voormalig directeur was gesloten die vernietigd kon worden wegens dwaling. Ook was er geen plicht tot informatieverstrekking over de inkomstenregeling tussen de directeur en de vennootschap, omdat de aandeelhouders daarvan geacht werden op de hoogte te zijn.
De rechtbank wees beide vorderingen af en veroordeelde de respectievelijke verliezende partijen in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2014.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van beide partijen af en veroordeelt hen in de proceskosten.