Uitspraak
22 april 2014 in de zaak tegen:
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft op 6 mei 2014 verdachte veroordeeld voor medeplegen van de invoer van 1.967 gram cocaïne via luchthaven Schiphol. Verdachte fungeerde als contact- en tussenpersoon tussen de leveranciers en een bagagemedewerker die de drugs uit het vliegtuig moest halen.
Het bewijs bestond uit uitgebreide telefonische communicatie, sms-berichten en observaties die aantoonden dat verdachte en zijn medeverdachten afspraken maakten over het in de gaten houden van het vliegtuig, het tijdstip van aankomst en vertrek, en het onderscheppen van de drugs. Verdachte gaf ook gedetailleerde informatie over de locatie van de cocaïne in het vliegtuig.
De verdediging voerde aan dat verdachte slechts openbare informatie had doorgegeven en geen opzet had op de invoer, maar de rechtbank verwierp dit verweer op basis van de bewijsmiddelen. De rechtbank oordeelde dat verdachte een essentiële schakel was in de keten van het drugstransport.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, conform de eis van de officier van justitie, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid en de samenleving.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van 1.967 gram cocaïne via Schiphol.