Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
niet gevoegd,behandeld met de zaak met parketnummer 14/810204-12.
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren.
€ 5.169,32, bestaande uit € 1.669,32 voor de materiële en
€ 3.500,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan[slachtoffer], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer[slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 5.169,32, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
60 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.