Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de man aangegeven dat hij alsnog verweer wil voeren tegen de in het convenant en het ouderschapsplan opgenomen verplichting tot het betalen van een bijdrage in het levensonderhoud van de minderjarige kinderen van partijen (hierna: kinderbijdrage). De man zou voorts – bij nader inzien - niet willen instemmen met één onderdeel van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.
Nu van de zijde van de man geen standpunt is ingenomen dat noopt tot de conclusie dat het convenant (en ouderschapsplan) als tussen partijen gesloten niet rechtsgeldig is (zijn), zal de rechtbank bepalen dat het door partijen ondertekende convenant en ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking.