Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Verloop van de procedure
2.De vaststaande feiten
3.Beoordeling van het verzoek
4.Beslissing
’s-Gravenhage.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekers, echtelieden woonachtig in Nederland, hebben de rechtbank verzocht om erkenning van een in de Democratische Republiek Congo uitgesproken zwakke adoptie van een minderjarige en omzetting daarvan in een sterke adoptie naar Nederlands recht. Tevens werd verzocht om wijziging van de voornamen van de minderjarige.
De rechtbank stelde vast dat de buitenlandse adoptieprocedure voldeed aan de voorwaarden van artikel 10:109 BW Pro en dat geen weigeringsgronden van toepassing waren. De adoptie is in het belang van de minderjarige en de stukken zijn vatbaar voor inschrijving in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand.
De omzetting van de zwakke adoptie naar een sterke adoptie werd toegewezen op grond van artikel 10:111 BW Pro en het Haags adoptieverdrag, omdat de buitenlandse adoptie de bestaande familierechtelijke betrekkingen niet verbrak en de omzetting in het belang van het kind is.
De rechtbank stond ook de voornaamswijziging toe conform artikel 1:4 BW Pro. De geboorteakte en de buitenlandse uitspraak werden gelast in te schrijven in de Nederlandse registers. De beschikking werd gegeven door rechter M.E.J. van Lieshout-Segers op 15 januari 2014.
Uitkomst: De rechtbank erkent de buitenlandse adoptie en zet deze om in een sterke adoptie met wijziging van de voornamen van de minderjarige.