ECLI:NL:RBNHO:2014:2036

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 februari 2014
Publicatiedatum
10 maart 2014
Zaaknummer
C/15/209570 / HA RK 13/116
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak kantonrechter

Verzoekster heeft wraking gevraagd van de rechter die op 13 november 2013 een einduitspraak heeft gedaan in een kantonzakenprocedure. De wrakingskamer oordeelde dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken nadat een einduitspraak is gewezen. Het doel van wraking, namelijk het voorkomen dat de rechter nog langer met de zaak bemoeit, is niet meer relevant wanneer de zaak is afgesloten met een einduitspraak.

De wrakingskamer heeft daarom het verzoek zonder mondelinge behandeling afgewezen en verzoekster niet-ontvankelijk verklaard. Verzoekster kan enkel nog gebruikmaken van de tegen de einduitspraak openstaande rechtsmiddelen. De beslissing is op 24 februari 2014 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de Rechtbank Noord-Holland.

Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk, waarmee de uitspraak definitief is. Hiermee is duidelijk dat wraking na het wijzen van een einduitspraak niet mogelijk is binnen de Nederlandse procesrechtelijke regels.

Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek tegen de rechter na het wijzen van een einduitspraak.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/209570 / HA RK 13/116
Beslissing van 24 februari 2014
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster,
Het verzoek is gericht tegen:
mr. T.S. Pieters,
hierna te noemen: de rechter.

1.Procesverloop

1.1
Verzoekster heeft bij brief van 8 december 2013 de wraking verzocht van de rechter in de voorheen bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, sectie kanton, locatie Haarlem aanhangige zaak met als zaaknummer 2258595 CV EXPL 13-9032, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2
Op 13 november 2013 heeft de rechter in genoemde zaak vonnis gewezen.
1.3
Verzoekster heeft naar aanleiding van een schrijven van een griffiemedewerkster van 14 januari 2014, bij brief van 4 februari 2014 kenbaar gemaakt dat zij haar wrakingsverzoek handhaaft.
1.4
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen afgezien van een mondelinge behandeling van het verzoek.

2.De beoordeling

2.1
Uit het op 13 november 2013 door de kantonrechter gewezen vonnis, waarop verzoekster haar wrakingsverzoek baseert, blijkt dat daarmee een einde is gekomen aan een bij de kantonrechter lopende procedure tegen verzoekster. Dit vonnis dient immers te worden aangemerkt als een einduitspraak in eerste aanleg. Het feit dat verzoekster besloten heeft in hoger beroep te gaan tegen het in haar ogen onrechtvaardige vonnis maakt dit niet anders.
2.2
De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan. Een wrakingsverzoek dient immers te beletten dat de gewraakte rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben; dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan. Voor verzoekster resteren in dit geval slechts de tegen de einduitspraak openstaande rechtsmiddelen.
2.3
Uit het voorgaande volgt dat verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk is in haar verzoek.

3.Beslissing

De rechtbank
3.1
Verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking van mr. T.S. Pieters.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.J. Smit, voorzitter, mr. C.E. van Oosten – van Smaalen en mr. J. Candido, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. A.P. de Klerk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2014.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.