Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Beroep op niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging
Het is niet onmogelijk dat in het onderzoek Kospe – een strafrechtelijk onderzoek op Curaçao, waarin verdachte ook onderzoeksobject is – wel aanknopingspunten te vinden zijn voor nader onderzoek naar een of meer van bedoelde namen. Kospe betreft echter een ander, op zichzelf staand onderzoek. Een gebrek in dat onderzoek kan geen vormverzuim in de onderhavige zaak opleveren.
3.InleidingVerdachte wordt er in de eerste plaats van verdacht dat hij – kort gezegd – samen met anderen via Schiphol ruim zes kilo cocaïne in Nederland heeft ingevoerd, dan wel (subsidiair) strafbare voorbereidingshandelingen heeft gepleegd gericht op de invoer van cocaïne in Nederland.
walk for u 1000mille;) [bijnaam 1]:p. [5] Daarnaast zijn er op de eerder genoemde SD-kaart die werd gevonden op de [adres 2] in Amsterdam geluidsbestanden aangetroffen die duiden op een, al dan niet verbroken, affectieve relatie tussen[medeverdachte 3] en verdachte. [6]
Daar komt nog bij dat de rechtbank het proces-verbaal van herkenning door de verbalisanten van het Korps Politie Curaçao a priori met de nodige behoedzaamheid hanteert, nu de informatievoorziening vanuit de Curaçaose politie naar aanleiding van rechtshulpverzoeken in deze zaak deels is uitgebleven en om aan de rechtbank onbekende redenen aan een ander opsporingsteam is overgedragen. Daarom kan de gestelde herkenning door de verbalisanten[verbalisant 1] en [verbalisant 2] niet van doorslaggevend belang geacht worden.
5. Beslissing
niet bewezenwat aan verdachte onder
1 primair, 1 subsidiair, 2 en 3is ten laste gelegd en
spreekt hem daarvan vrij.