Uitspraak
28 november 2014 in de zaak tegen:
Rechtbank Noord-Holland
Op 11 mei 2014 hebben verdachte en zeventien mededaders meerdere leegstaande appartementen aan de Antillenweg in Haarlem gekraakt en daarbij vernielingen aangebracht aan vloeren, muren, deuren en kozijnen. De woningen waren sinds 1 augustus 2013 onbewoond en in afwachting van renovatie. De politie trad binnen enkele uren na de kraakmelding op en hield de betrokkenen aan, nadat zij de gelegenheid hadden gekregen vrijwillig te vertrekken.
De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid van het OM aan wegens het niet volgen van het strafrechtelijk ontruimingsbeleid en stelde dat geen huisrecht was opgebouwd, waardoor het wederrechtelijk binnendringen niet bewezen kon worden. De rechtbank verwierp deze verweren en stelde vast dat geen sprake was van een opgebouwd huisrecht, dat de politie proportioneel en subsidiariteit had gehandhaafd en dat medeplegen van kraken en vernielingen wettig en overtuigend was bewezen.
De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld en met de omstandigheden van zijn ophouden bij het politiebureau. De opgelegde straf bestaat uit 60 uur taakstraf, waarvan 30 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een vervangende hechtenis bij niet-naleving. Daarnaast werden een waterpomptang en een zaag verbeurd verklaard omdat deze voorwerpen bij de gepleegde feiten werden gebruikt of voorbereid.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 60 uur taakstraf, waarvan 30 uur voorwaardelijk, en verbeurdverklaring van gereedschappen.