Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
2 december 2014 in de zaak tegen:
[adres].
mr. K.J.M. van Bijsterveldt en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.A.A. Kool, advocaat te Alkmaar, naar voren hebben gebracht.
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 2 december 2014 afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 10 december 2014 (dossierpagina’s 85 – 87) en
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, opgesteld door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] d.d. 11 november 2013 (dossierpagina’s 151 – 154).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
80 (tachtig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren daarvan verrichten te vervangen door 40 dagen hechtenis, met bevel dat een gedeelte groot
40 (veertig) uren, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 20 dagen hechtenis,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.