Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.HET VERLOOP VAN HET GEDING
2.DE UITGANGSPUNTEN
3.DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.DE GRONDEN VAN DE BESLISSING
5.DE BESLISSING
15 december 2014in tegenwoordigheid van
Rechtbank Noord-Holland
Hazera Seeds B.V. vordert dat Oudevaart c.s. onherroepelijk en onvoorwaardelijk uitvoering geven aan de vestiging en kadastrale inschrijving van een kwalitatieve verplichting die een bebouwingsvrije zone regelt. Deze verplichting is onderdeel van een overeenkomst tussen partijen over de ontwikkeling van een bedrijventerrein en de uitbreiding van Hazera's zaadveredelingsbedrijf.
Oudevaart c.s. betwisten de vordering en voeren aan dat er een verschil van mening bestaat over de betekenis van 'bebouwing' in de kwalitatieve verplichting. Zij stellen dat verharding van de bebouwingsvrije zone is toegestaan en dat dit standpunt steeds is gecommuniceerd, wat Hazera niet heeft weersproken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Hazera niet kan verlangen dat Oudevaart c.s. meewerken aan een vastlegging die niet strookt met de overeengekomen inhoud. Op basis van verklaringen van partijen is het voorlopig oordeel dat de bodemrechter zal oordelen dat verharding niet onder 'bebouwing' valt. Daarom worden de vorderingen afgewezen.
De vordering tegen [gedaagde 3] in privé wordt eveneens afgewezen omdat hij alleen als indirect bestuurder handelde. Hazera wordt veroordeeld in de proceskosten van Oudevaart c.s. De uitspraak is gedaan door mr. A.H. Schotman op 15 december 2014.
Uitkomst: De vordering tot nakoming van de kwalitatieve verplichting wordt afgewezen vanwege verschil van inzicht over de uitleg van 'bebouwing'.