Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Feiten en omstandigheden
3.Verzoek
4.Verweer en zelfstandig verzoek
5.Beoordeling
per kindper maand met ingang van 1 september 2012.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen. De vrouw verzocht om verhoging van de kinderbijdrage voor beide kinderen, met name omdat een kind weer bij haar zou wonen. De man voerde verweer en stelde dat het verzoek niet-ontvankelijk was voor het meerderjarige kind en dat de situatie van het andere kind was gewijzigd.
Tijdens de procedure bereikten partijen overeenstemming over verrekening van de kinderbijdrage voor een bepaalde periode met de helft van de hypotheekrente. Voor de periode daarna bleef het geschil bestaan. De rechtbank stelde vast dat de man de kinderbijdrage aan het meerderjarige kind had voldaan en dat de vrouw onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij recht had op de gevorderde bijdrage.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van de vrouw grotendeels ongegrond was en dat de procedure nodeloos was gevoerd, mede doordat de advocaat van de vrouw een eerder voorstel over het hoofd had gezien. Daarom werd de vrouw veroordeeld in de proceskosten, met een suggestie dat haar advocaat deze kosten zou dragen.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de kinderbijdrage wordt afgewezen en de vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten wegens nodeloos procederen.