ECLI:NL:RBNHO:2014:11328
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris in uitleveringszaak wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid
In een uitleveringsprocedure verzocht de verdachte de wraking van de rechter-commissaris wegens vermeende vooringenomenheid, onder meer gebaseerd op het niet tijdig informeren over een e-mail van de officier van justitie. De rechter-commissaris had tijdens het verhoor een e-mail ontvangen waarin het standpunt van het Openbaar Ministerie tegen schorsing werd uiteengezet, maar deze informatie werd pas laat aan de verdediging verstrekt.
De wrakingskamer oordeelde dat hoewel de Uitleveringswet wraking niet expliciet regelt, het fundamentele recht op een onpartijdige rechter ook in uitleveringszaken geldt. Ondanks de onzorgvuldigheid van de rechter-commissaris in het niet tijdig delen van de e-mail, was er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. De rechter-commissaris had excuses aangeboden en de verdediging alsnog de gelegenheid gegeven kennis te nemen van de e-mail.
Verder stelde de wrakingskamer vast dat de verdachte nog een gerechtvaardigd belang had bij het wrakingsverzoek, omdat een andere rechter-commissaris de zaak had overgenomen maar de betrokkenheid van de gewraakte rechter-commissaris in de toekomst niet was uitgesloten. Uiteindelijk concludeerde de kamer dat de feiten onvoldoende waren om de rechter-commissaris te wraken en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.