ECLI:NL:RBNHO:2014:11307
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend bestuursrechter in een bestuursrechtelijke hoofdzaak betreffende WOZ-zaken. Hij stelde dat de rechter bevooroordeeld was omdat laat ingediende verweerschriften van de wederpartij toch werden toegelaten, terwijl in een eerdere procedure stukken buiten beschouwing waren gelaten. Tevens uitte verzoeker twijfels over een vermeende voorkeursbehandeling van de gemeente door de rechtbank.
De wrakingskamer oordeelde dat de termijn voor het indienen van stukken in de Algemene wet bestuursrecht een termijn van orde is en dat de beslissing om stukken toe te laten een procedurele bevoegdheid van de rechter is die slechts marginaal wordt getoetst. De enkele omstandigheid van een eerdere andere beslissing leidt niet tot gegronde vrees voor partijdigheid.
De vermeende blik van verstandhouding tussen rechters en gemeente werd aangemerkt als een uitbreiding van de wrakingsgronden die niet eerder was aangevoerd en niet op feitelijke gedragingen van de rechter tijdens de zitting sloeg. De wrakingskamer concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn dat de rechter onpartijdig zou zijn.
De rechtbank wees het wrakingsverzoek af en beval voortzetting van de hoofdzaak onder leiding van de voorzitter van de afdeling publiekrecht. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.