ECLI:NL:RBNHO:2014:10913
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap op grond van Pools recht en EVRM-bescherming
De moeder verzocht de rechtbank om het vaderschap van haar echtgenoot te ontkennen, omdat hij niet de biologische vader is; de biologische vader is haar huidige partner die het kind ook heeft aangegeven bij de burgerlijke stand. De moeder en de man hebben de Poolse nationaliteit, waardoor Pools recht van toepassing is. Volgens Pools recht moet een verzoek tot ontkenning binnen zes maanden na geboorte worden ingediend, wat hier niet is gebeurd.
De bijzondere curator stelde dat de termijn volgens Pools recht niet kan worden overschreden, maar dat internationale verdragen zoals artikel 8 EVRM Pro voorrang hebben. De rechtbank oordeelde dat de termijnstelling in dit geval een ongerechtvaardigde inmenging vormt in het recht op respect voor het gezinsleven, omdat het belang van het kind bij een juiste juridische situatie zwaarder weegt dan de rechtszekerheid.
De rechtbank stelde vast dat het kind en de biologische vader sinds de geboorte samenleven en dat het verzoek slechts vier maanden te laat is ingediend. De rechtbank achtte voldoende aannemelijk dat de man niet de biologische vader is en wees het verzoek tot ontkenning van het vaderschap toe. De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter H.A. van den Berg op 19 november 2014.
Uitkomst: De ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap is gegrond verklaard ondanks overschrijding van de termijn volgens Pools recht vanwege het belang van het kind en artikel 8 EVRM.