ECLI:NL:RBNHO:2013:CA3959
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vernietiging verpanding vordering wegens paulianeus handelen
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of de verpanding van een vordering van Leyduin Vastgoed B.V. op VDB door Ulysses N.V. rechtsgeldig is vernietigd wegens paulianeus handelen. GAP (eiseres) stelt dat de verpanding onverplicht was en dat Leyduin en Ulysses wisten of behoorden te weten dat deze benadeling voor schuldeisers tot gevolg had.
De rechtbank oordeelt dat een vordering tot verklaring voor recht van vernietiging van de verpanding ex artikel 477a Rv niet mogelijk is in deze verklaringsprocedure, waarin VDB als derde-beslagene betrokken is. Desondanks wordt de rechtsgeldigheid van de vernietiging beoordeeld. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een onverplichte rechtshandeling en dat GAP benadeeld is in haar verhaalsmogelijkheden. Het wettelijk vermoeden van wetenschap van benadeling zoals bedoeld in artikel 3:46 lid 1 onder Pro 5 b BW geldt ook voor bestuurders van buitenlandse vennootschappen en wordt niet door Ulysses onderbouwd betwist.
Leyduin en Ulysses hebben tegenbewijs aangeboden tegen dit vermoeden, en de rechtbank laat hen toe dit bewijs te leveren. VDB wordt niet toegelaten tot het leveren van bewijs omdat zij geen partij is bij de verpanding of de buitengerechtelijke vernietiging. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en verdere beslissing volgt na bewijsverrichting.
Uitkomst: De rechtbank verklaart GAP niet ontvankelijk in de vordering tot verklaring vernietiging verpanding, maar laat Leyduin en Ulysses toe tegenbewijs te leveren tegen het wettelijk vermoeden van wetenschap van benadeling en houdt de zaak aan.