ECLI:NL:RBNHO:2013:CA3917
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Toekenning voorlopige voorziening hulp bij het huishouden ondanks onzekerheid over behandelmogelijkheden
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de gemeente Zaanstad om hem geen hulp bij het huishouden toe te kennen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), omdat niet kon worden vastgesteld of hij zich onder behandeling had gesteld en welke resultaten die behandeling zou opleveren.
De voorzieningenrechter overweegt dat, hoewel er behandelmogelijkheden zijn, uit de medische rapportages niet blijkt dat deze tot zodanige verbetering zullen leiden dat hulp bij het huishouden niet meer nodig is. Verweerder heeft onvoldoende informatie ingewonnen bij de huisarts nadat de revalidatiearts geen informatie verstrekte, waardoor het besluit niet op juiste gronden kon worden genomen.
Gezien het feit dat verzoeker al sinds 2008 rugklachten heeft en al geruime tijd huishoudelijke hulp ontvangt, acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat hij voldoet aan de voorwaarden voor hulp. Daarom wordt het primaire besluit geschorst en wordt verweerder opgedragen een voorschot te betalen. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan verzoeker toegekend.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het primaire besluit wordt geschorst met betaling van een voorschot voor hulp bij het huishouden.