ECLI:NL:RBNHO:2013:CA3183
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.T.B. de Vries
- W.J. van Brussel
- E.P.W. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens tewerkstelling Bulgaarse werknemers zonder vergunning
Eiseres, eigenaresse van een schoonmaakbedrijf, kreeg een boete opgelegd wegens het in dienst hebben van drie Bulgaarse werknemers zonder tewerkstellingsvergunning in 2010. De boete werd in bezwaar verlaagd van €12.000 naar €8.000 omdat voor één werknemer onduidelijk was of zij als werknemer moest worden beschouwd.
Eiseres voerde aan dat zij dacht dat de werknemers legaal mochten werken, dat één werknemer zelfstandig was en dat er geen Nederlandse vrouwen beschikbaar waren voor het werk. De rechtbank oordeelde dat het de verantwoordelijkheid van de werkgever is om de wetgeving te kennen en na te gaan of een vergunning vereist is. De werknemer in kwestie was feitelijk onder gezag van eiseres, dus geen zelfstandige.
Verder werd het beroep op schending van de redelijke termijn verworpen omdat de termijn pas begon te lopen bij de kennisgeving van de boete in 2012 en sindsdien minder dan twee jaar was verstreken. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiseres en het verlies van klanten werden niet als reden voor matiging erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit tot boeteoplegging van €8.000.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €8.000 wegens tewerkstelling van Bulgaarse werknemers zonder vergunning en verklaart het beroep ongegrond.