ECLI:NL:RBNHO:2013:CA3182
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J. van Brussel
- A.T.B. de Vries
- E.P.W. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Mantelbuis valt onder materiaalkosten bij verlegging kabels en leidingen
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de kosten van een mantelbuis, gebruikt bij het verleggen van 50 kV-kabels door middel van een gestuurde boring, onder materiaalkosten of uitvoeringskosten vallen. De mantelbuis dient ter bescherming van de kabels en maakt onderdeel uit van het verleggingsproces in het kader van het wegenproject N201+.
Eiseres, Liandon B.V., stelt dat de kosten van de mantelbuis uitvoeringskosten zijn en dus voor rekening van de provincie moeten komen. Verweerder, Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, classificeert deze kosten als materiaalkosten die voor rekening van de leidingbeheerder komen. De rechtbank toetst dit aan de Schadevergoedingsregeling verlegging kabels en leidingen buiten beheergebied van de Provincie Noord-Holland 2005.
De rechtbank overweegt dat de mantelbuis noodzakelijk is voor de bescherming van de kabels en niet vanwege de aanraking met het infrastructuurwerk. Artikel 3 van Pro de regeling definieert materiaalkosten als kosten voor noodzakelijke beschermingsconstructies van de kabels. Artikel 5 betreft Pro uitvoeringskosten die samenhangen met het infrastructuurwerk zelf, wat hier niet van toepassing is.
De rechtbank wijst het beroep van eiseres af en bevestigt dat de kosten van de mantelbuis als materiaalkosten moeten worden aangemerkt, waardoor deze voor rekening van de leidingbeheerder blijven. De keuze voor een gestuurde boring en het gebruik van mantelbuizen is een technische en verzekeringsmatige beslissing die niet leidt tot een andere kostenverdeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de kosten van de mantelbuis onder materiaalkosten vallen.