ECLI:NL:RBNHO:2013:CA3008
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatievordering passagiers wegens vluchtvertraging afgewezen buitengewone omstandigheden niet erkend
Passagiers hebben Transavia gedagvaard wegens een vertraging van bijna vijf uur op vlucht HV 963 van Amsterdam naar Palma Mallorca op 11 juli 2010. Zij vorderen compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004, waarbij zij € 250 per passagier eisen.
Transavia betwist de vordering en beroept zich op buitengewone omstandigheden vanwege technische problemen aan het toestel, waaronder een waarschuwing van het bleed air systeem en een brandend waarschuwingslampje 'fuel filter bypass'. Tevens voert zij aan dat de vordering van minderjarige passagiers niet-ontvankelijk is en dat de passagiers hun rechten aan EUclaim hebben overgedragen.
De rechtbank verwerpt het verzoek tot aanhouding en het beroep op niet-ontvankelijkheid. De eigendom van het vorderingsrecht is niet aan EUclaim overgedragen. Het beroep op buitengewone omstandigheden faalt omdat technische mankementen inherent zijn aan de normale bedrijfsvoering van een luchtvaartmaatschappij en niet als uitzonderlijke omstandigheden gelden. Ook het beroep op matiging van de compensatie wordt afgewezen. Transavia wordt veroordeeld tot betaling van de compensatie, wettelijke rente, een beperkte vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
Uitkomst: Transavia wordt veroordeeld tot betaling van compensatie, rente, beperkte incassokosten en proceskosten wegens vluchtvertraging.