ECLI:NL:RBNHO:2013:CA2348
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.I. Oyunlu
- Rechtspraak.nl
Compensatievordering passagiers wegens vluchtvertraging door technisch mankement afgewezen als buitengewone omstandigheid
De passagiers vorderden compensatie van Transavia wegens een vluchtvertraging van meer dan drie uur op vlucht HV 397 van Eindhoven naar Rhodos op 23 juli 2009. Transavia weigerde betaling met het argument dat de vertraging werd veroorzaakt door een technisch mankement (waarschuwing PSEU-lampje tijdens taxiën), wat een buitengewone omstandigheid zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de vordering tijdig was ingesteld en dat het Sturgeon-arrest van toepassing is, waardoor passagiers ook bij langdurige vertraging recht hebben op compensatie tenzij sprake is van buitengewone omstandigheden. Het technische mankement werd echter niet als zodanig erkend, omdat het inherent is aan de normale bedrijfsvoering van een luchtvaartmaatschappij en niet valt onder uitzonderlijke omstandigheden zoals sabotage of fabricagefouten.
De rechtbank verwierp het beroep van Transavia op buitengewone omstandigheden en veroordeelde Transavia tot betaling van € 400 per passagier, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Transavia is veroordeeld tot betaling van compensatie aan passagiers wegens vluchtvertraging door technisch mankement dat geen buitengewone omstandigheid vormt.