ECLI:NL:RBNHO:2013:CA2343
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.I. Oyunlu
- Rechtspraak.nl
Compensatie bij vluchtvertraging door technisch mankement geen buitengewone omstandigheid
De passagiers hebben Transavia aangesproken voor compensatie wegens een vluchtvertraging van meer dan drie uur op vlucht HV 6118 van Malaga naar Amsterdam op 26 augustus 2009. Transavia weigerde betaling en voerde onder meer aan dat sprake was van buitengewone omstandigheden vanwege een technisch mankement aan de cabine-luchtdrukapparatuur.
De rechtbank stelt vast dat de vlucht is uitgevoerd door de commanditaire vennootschap en verklaart de passagiers niet-ontvankelijk jegens de besloten vennootschap. De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding af en bevestigt dat het Sturgeon-arrest van toepassing is, waardoor passagiers ook bij langdurige vertraging recht op compensatie kunnen hebben.
De kern van het geschil betreft de vraag of het technische mankement een buitengewone omstandigheid vormt. De rechtbank volgt het Europese Hof in het Wallentin-Hermann-arrest en oordeelt dat technische mankementen inherent zijn aan de normale bedrijfsvoering van een luchtvaartmaatschappij en dus geen buitengewone omstandigheid vormen.
Transavia heeft onvoldoende gesteld om aan te tonen dat het mankement niet voorkomen had kunnen worden. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende onderbouwing. Transavia wordt veroordeeld tot betaling van € 800 compensatie plus wettelijke rente aan de passagiers en tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Transavia wordt veroordeeld tot betaling van € 800 compensatie plus wettelijke rente aan de passagiers wegens vluchtvertraging door technisch mankement.