ECLI:NL:RBNHO:2013:CA2340
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.I. Oyunlu
- Rechtspraak.nl
Vertraging vlucht door technisch mankement geen buitengewone omstandigheid voor compensatieplicht
De passagiers vorderden compensatie van Transavia wegens een vertraging van meer dan drie uur op vlucht HV 374 van Faro naar Amsterdam op 26 juni 2009. Transavia weigerde te betalen en voerde onder meer aan dat de passagiers hun vorderingsrecht aan EUclaim B.V. hadden overgedragen en dat de klachttermijn was overschreden. De rechtbank verwierp deze verweren omdat er geen cessie was en de vordering binnen de wettelijke termijn was ingesteld.
Transavia stelde verder dat de vertraging het gevolg was van een buitengewone omstandigheid, namelijk een defect aan de weerradar tijdens de voorgaande vlucht, waardoor het toestel niet verder mocht vliegen. De rechtbank overwoog dat technische mankementen inherent zijn aan de normale bedrijfsvoering van een luchtvaartmaatschappij en daarom in principe geen buitengewone omstandigheden vormen volgens artikel 5 lid 3 van Pro Verordening (EG) nr. 261/2004 en het arrest Wallentin-Hermann.
De rechtbank oordeelde dat het defect aan de weerradar niet uitzonderlijk was en dat Transavia de compensatieplicht niet kon ontlopen. De passagiers kregen derhalve € 800,- compensatie plus wettelijke rente toegewezen, evenals buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Transavia is veroordeeld tot betaling van compensatie wegens vluchtvertraging veroorzaakt door een technisch mankement dat geen buitengewone omstandigheid vormt.