ECLI:NL:RBNHO:2013:CA1142
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag bij bedrijfseconomische omstandigheden
De werknemer was ruim 20 jaar in dienst bij Ruitenberg B.V., laatstelijk als hoofd administratie en P&O. Vanwege bedrijfseconomische omstandigheden vroeg de werkgever toestemming bij het UWV om het dienstverband op te zeggen, welke toestemming werd verleend. De arbeidsovereenkomst werd opgezegd met een vergoeding van €7.550 bruto.
De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de ernstige financiële gevolgen voor haar, mede gezien haar leeftijd, lange dienstverband en slechte arbeidsmarktpositie. Zij vorderde een schadevergoeding van ruim €93.000.
De werkgever voerde aan dat de financiële situatie zeer nijpend was, met grote verliezen en een crediteurenakkoord om faillissement te voorkomen. Er was geen ruimte voor een hogere vergoeding dan geboden. De werknemer had bovendien een nieuwe baan gevonden.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag gegrond was op redelijke bedrijfseconomische gronden en dat de gevolgen voor de werknemer niet onevenredig waren ten opzichte van het belang van de werkgever. De vordering werd afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.