ECLI:NL:RBNHO:2013:CA1096
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. van Keken
- M.J.M. Verpalen
- G.A. van der Bijl
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van 1490,5 gram cocaïne ondanks beroep op psychische overmacht
Verdachte heeft bekend op 1 oktober 2012 circa 1490,5 gram cocaïne te hebben ingevoerd via Schiphol. Hij verklaarde onder druk te zijn gezet door drie personen op de luchthaven Zanderij in Paramaribo en uit angst voor detentie in Suriname te hebben ingestemd met de smokkel. Deze angst werd versterkt door traumatische ervaringen in een gevangenis in Costa Rica.
De rechtbank verwierp het beroep op psychische overmacht omdat verdachte rationele overwegingen maakte, zoals het afbetalen van schulden en het vermijden van herkenning bij aankomst in Nederland. Verdachte schoor zijn baard en snor af en meldde zich niet direct bij de autoriteiten, wat wijst op bewust handelen.
De rechtbank achtte bewezen dat de hoeveelheid cocaïne bestemd was voor handel en verdere verspreiding, en dat de invoer opzettelijk was. De straf werd vastgesteld op 11 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Aan het voorwaardelijke deel zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder meldplicht bij Justitiële Verslavingszorg en behandelverplichting bij een psychotrauma-instelling.
Het verzoek tot aanhouding van de zaak voor klinische behandeling werd niet verder besproken vanwege onvoldoende aanleiding. De straf is lager dan de officier van justitie had gevorderd, vanwege persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank bepaalde dat de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht op het onvoorwaardelijke deel van de straf en sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 11 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.