ECLI:NL:RBNHO:2013:CA0057
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij afwijzing Wwb-uitkering wegens vermeende schending inlichtingenplicht
Verzoekster diende een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb), die door verweerder werd afgewezen op grond van een vermeende schending van de inlichtingenplicht. Verweerder vermoedde dat de ex-partner van verzoekster zijn hoofdverblijf bij haar had, maar verzoekster ontkende dit en gaf aan niet te weten waar de ex-partner verbleef.
Verweerder stelde dat verzoekster onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt, onder meer omdat de ex-partner nog op het adres van verzoekster stond ingeschreven en de huur betaalde. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat deze administratieve feiten niet doorslaggevend zijn voor het vaststellen van het hoofdverblijf en dat verweerder geen onderzoek had ingesteld, zoals een huisbezoek, om de juistheid van de mededelingen te verifiëren.
Daarnaast was er sprake van een mogelijke schending van de inlichtingenplicht door het niet melden van auto’s op naam van verzoekster. De voorzieningenrechter vond echter dat de waarde van de auto’s waarschijnlijk onder de grens van € 5.000 lag en dat verweerder ook hierover geen onderzoek had verricht.
Gelet op het ontbreken van voldoende bewijs dat verzoekster de inlichtingenplicht had geschonden en het ontbreken van andere belemmeringen voor bijstandsverlening, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Het primaire besluit werd geschorst en verweerder werd opgedragen voorschotten te verstrekken en proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het primaire besluit tot afwijzing van de Wwb-uitkering wordt geschorst.