ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ9834
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging maatschappelijke opvang van minderjarige verzoekers en hun moeder
Verzoekers, minderjarige kinderen, en hun wettelijk vertegenwoordiger, hun moeder, vroegen om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de gemeente Haarlem om de maatschappelijke opvang niet te verlengen. Dit zou betekenen dat zij uiterlijk op 2 april 2013 de opvanglocatie moeten verlaten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het vertrek van verzoekers en hun moeder zou leiden tot een situatie die strijdig is met artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), omdat het de psychische en fysieke integriteit van de kinderen bedreigt. Informatie van het AMK en Bureau Jeugdzorg bevestigde dat vertrek zou leiden tot scheiding van de kinderen van hun moeder en mogelijk ook van elkaar, met weinig kans op alternatieve woonruimte.
Daarom werd het besluit van 27 maart 2013 geschorst tot zes weken na bekendmaking van een nieuwe beslissing op bezwaar. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is in het openbaar gedaan en staat niet open voor hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van maatschappelijke opvang is geschorst wegens strijd met artikel 8 EVRM.