ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ9624
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens schending inlichtingenplicht bij Wwb-uitkering
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb), welke door verweerder werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat verzoeker zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres en omdat hij onjuiste inlichtingen had verstrekt. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
Tijdens het onderzoek bleek dat verzoeker sinds 3 april 2013 over een fulltime dienstbetrekking beschikt en daardoor geen recht meer heeft op een uitkering of voorschot. Verzoeker had geen spoedeisend belang meer vanaf die datum. Wel was er een spoedeisend belang over de periode van 14 maart tot 3 april 2013, maar dit was onvoldoende om een voorlopige voorziening toe te kennen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker niet op het opgegeven adres verbleef en zijn inlichtingenplicht had geschonden door relevante feiten niet te melden en tegenstrijdige verklaringen af te leggen. Hierdoor had het bezwaar geen redelijke kans van slagen en werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege schending van de inlichtingenplicht en het ontbreken van een redelijke kans van slagen van het bezwaar.