ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ8806
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering goodwillvergoeding en aanvullende schadevergoeding na opzegging agentuurovereenkomst
Partijen sloten per 1 maart 2007 een management- en een personeelsovereenkomst waarbij eiser drie werknemers van Martinair overnam. Na opzegging van de agentuurovereenkomst vordert eiser een goodwillvergoeding en vergoeding van ontslagkosten van twee werknemers.
Martinair betwist de vordering met het argument dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat klanten nog voordelen opleveren en dat de personeelsovereenkomst slechts een ontwerp is dat nooit is ondertekend. Bovendien zou de ontslagvergoeding niet verband houden met bekwaamheid of functioneren maar met de beëindiging van de agentuurovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het bestaan van aanzienlijke voordelen voor Martinair en dat de vordering onvoldoende concreet is onderbouwd. Ook het beroep op een mondelinge afspraak faalt omdat de termijn van twee jaar voor vergoeding is verstreken en de reden van ontslag niet binnen de waarborgregeling valt.
Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof.
Uitkomst: De vordering tot goodwillvergoeding en aanvullende schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een geldige personeelsovereenkomst.