ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ8793
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- R.H.M. Bruin
- M.J. Smit
- K.I. Oyunlu
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking kantonrechter in ontbindingszaak arbeidsovereenkomst afgewezen
Verzoekster heeft bij de rechtbank Noord-Holland een verzoek tot wraking ingediend tegen de kantonrechter die de ontbindingszaak van haar arbeidsovereenkomst behandelde. Zij stelde dat de kantonrechter door haar werkwijze de schijn van partijdigheid had gewekt, hoewel zij geen subjectieve vooringenomenheid aanvoerde.
De wrakingskamer overwoog dat de kantonrechter een ruime vrijheid heeft om de mondelinge behandeling in te richten, met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor. Dit houdt in dat partijen de gelegenheid moeten krijgen te reageren op alle ter zitting aan de orde komende punten en hun standpunten te bepleiten. De kantonrechter mag partijen kritisch bevragen en mogelijkheden voor minnelijke regeling onderzoeken.
De wrakingskamer onderzocht de door verzoekster aangevoerde omstandigheden, zoals vermeende sarcastische opmerkingen, ongelijke onderbrekingen, beperkte spreektijd en het niet serieus nemen van bewijsstukken. Deze werden niet voldoende onderbouwd of vielen binnen de professionele vrijheid van de rechter. Ook het tijdsbeheer en de wijze van schikkingsonderhandeling werden als passend beoordeeld.
Gelet op het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid en de professionele normen concludeerde de wrakingskamer dat geen grond voor wraking bestond. Het verzoek tot wraking werd dan ook afgewezen en het proces in de hoofdzaak kon worden voortgezet.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kantonrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.