ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ8649
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.M. de Feijter
- G. Guinau
- A.D. Reiling
- Rechtspraak.nl
Subsidievaststelling niet ambtshalve op nihil gesteld bij lopende activiteiten
Eiser ontving subsidie voor de ontwikkeling van elektrische en hybride motoren, met een voorschot van 80% van het subsidiebedrag. Verweerder stelde bij besluit de subsidie op nihil vast omdat eiser geen aanvraag tot vaststelling had ingediend binnen de gestelde termijn. Eiser betwistte dit en stelde dat de activiteiten nog niet waren afgerond en dat de aanvraag daarom nog niet aan de orde was.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 4:44 Awb Pro en de Uitvoeringsregeling de aanvraag tot vaststelling binnen dertien weken na afloop van de activiteiten moet worden ingediend. Omdat de activiteiten pas begin 2012 waren afgerond, kon eiser niet worden verweten dat hij op de gestelde datum geen aanvraag had ingediend. Verweerder was daarom niet bevoegd om de subsidie ambtshalve op nihil vast te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De uitspraak benadrukt de noodzaak dat de subsidieontvanger na afronding van de activiteiten verantwoording aflegt over de besteding van de subsidie.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd omdat de subsidie niet ambtshalve op nihil kon worden gesteld zolang de activiteiten nog niet waren afgerond.