ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ8526
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek omgangsregeling en informatieplicht tussen vader en minderjarige kinderen
De vader verzocht de rechtbank om een omgangsregeling vast te stellen met zijn twee minderjarige kinderen en om aan de moeder een informatie- en consultatieplicht op te leggen. Dit verzoek volgde op een eerdere afwijzing van een soortgelijk verzoek, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming had geadviseerd de omgang te ontzeggen vanwege het ernstige nadeel voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de kinderen.
De rechtbank overwoog dat hoewel formeel het verzoek van de vader binnen een jaar na de vorige afwijzing was ingediend, zij om proceseconomische redenen niet tot niet-ontvankelijkheid overging. Uit het dossier bleek dat de situatie van de kinderen niet was verbeterd; zij waren opnieuw aangemeld bij het KJTC en onder behandeling, wat een contra-indicatie voor omgang blijft vormen.
De rechtbank wees het verzoek tot omgangsregeling af en zag geen noodzaak voor een nieuw onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. Ook het verzoek om aan de moeder een informatie- en consultatieplicht op te leggen werd afgewezen, omdat de moeder via derden reeds aan deze plicht voldeed. De kostenveroordeling aan het adres van de vader werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling en het opleggen van een informatie- en consultatieplicht aan de moeder wordt afgewezen.