ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ6043
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van Dongen
- M.H.L.C. Bijvoet
- A.J. Roke
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt terecht opgelegde aanvullende rechten wegens kunstmatige constructie bij invoer pluimveevlees
De rechtbank Noord-Holland behandelde het geschil over de door de Belastingdienst opgelegde aanvullende rechten (utb’s) aan eiser, aandeelhouder en bestuurder van [B] GmbH, wegens vermeende onjuiste aangiften bij de invoer van pluimveevlees. Verweerder stelde dat eiser en aanverwante partijen een gekunstelde constructie hadden opgezet om de CIF-invoerprijs kunstmatig te verhogen en zo invoerrechten te ontduiken.
De rechtbank oordeelde dat de CIF-invoerprijs als douanewaarde in de aangifte moet worden vermeld conform Verordening (EG) 1484/95. De constructie waarbij facturen werden gebruikt die niet de werkelijke FOB-prijs weerspiegelden, was in strijd met doel en strekking van deze verordening. Eiser speelde een belangrijke rol in het opzetten en uitvoeren van deze constructie en verstrekte bewust onjuiste gegevens.
De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat het nastreven van winst of belastingbesparing een rechtvaardiging vormde en oordeelde dat de verlengde navorderingstermijn terecht werd toegepast omdat het handelen gericht was op ontduiking van rechten. De beroepen werden ongegrond verklaard en eiser werd als medeschuldenaar aansprakelijk gesteld voor de aanvullende rechten.
Uitkomst: De beroepen van eiser worden ongegrond verklaard en de opgelegde aanvullende rechten worden bevestigd.