ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ5989
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van Dongen
- M.H.L.C. Bijvoet
- A.J. Roke
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt onjuiste douaneaangiften en kunstmatige prijsconstructie bij invoer pluimveevlees
De rechtbank Noord-Holland heeft op 1 maart 2013 uitspraak gedaan in een meervoudige douanekamerzaak over de vraag of eiser terecht aanvullende rechten (utb’s) zijn opgelegd wegens onjuiste aangiften bij de invoer van pluimveevlees.
De inspecteur stelde vast dat eiser en met hem verbonden rechtspersonen een gekunstelde constructie hadden opgezet waarbij de CIF-invoerprijs kunstmatig werd verhoogd om invoerrechten te ontwijken. De transacties tussen de betrokken vennootschappen waren niet reëel en dienden uitsluitend om de douanewaarde te manipuleren. Eiser was als bestuurder en aandeelhouder nauw betrokken bij het opzetten en uitvoeren van deze constructie.
De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat de aangiften juist waren en dat het nastreven van belastingbesparing een legitiem economisch doel was. Tevens werd geoordeeld dat de verlengde navorderingstermijn van vijf jaar terecht werd toegepast omdat het handelen van eiser was gericht op ontduiking van rechten.
De beroepen van eiser werden ongegrond verklaard en de opgelegde utb’s gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak kan worden aangevochten door hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De beroepen van eiser tegen de opgelegde aanvullende rechten zijn ongegrond verklaard en de utb’s gehandhaafd.