ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ5930
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen bijtelling privégebruik auto en hoorplicht
Eiseres, bestuurder van een vennootschap, kreeg navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd wegens bijtelling privégebruik van een aan haar ter beschikking gestelde auto over de jaren 2002 tot en met 2005. Verweerder baseerde dit op een boekenonderzoek waaruit bleek dat meer dan 500 privékilometers waren gereden. Eiseres betwistte onder meer de rechtmatigheid van de aanslagen, de hoorplicht, de adressering van de uitspraken op bezwaar, het bestaan van een nieuw feit voor navordering, de juiste belastingplichtige en de gehanteerde cataloguswaarde.
De rechtbank oordeelde dat de mandaatvoorschriften niet waren geschonden, ondanks dat de uitspraken op bezwaar door andere medewerkers dan de aanslagopleggers waren ondertekend. Ten aanzien van de hoorplicht concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende pogingen had gedaan om een hoorzitting te houden en dat eiseres door haar voorwaarden feitelijk afstand had gedaan van het recht op horen. De stelling dat de onjuiste adressering van de uitspraken op bezwaar tot vernietiging van de aanslagen zou moeten leiden, werd verworpen.
Verder werd geoordeeld dat sprake was van een nieuw feit, omdat verweerder pas door het boekenonderzoek op het privégebruik van de auto was gewezen. De aanslagen waren terecht aan eiseres opgelegd en niet aan de vennootschap. De gehanteerde cataloguswaarde werd niet voldoende weersproken door eiseres. Omdat geen andere grieven werden ingebracht, verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting wegens bijtelling privégebruik auto worden ongegrond verklaard.