ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ5480
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gebruikelijk loon en vermindering naheffingsaanslagen en boetes in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak stonden de naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PVV) en de daarbij opgelegde boetes en heffingsrente voor de jaren 2004 tot en met 2006 centraal. Eisers, twee BV's met aanmerkelijkbelanghouders, betwistten de door de Belastingdienst vastgestelde gebruikelijk lonen en de hoogte van de naheffingsaanslagen en boetes.
De rechtbank oordeelde dat de eisers niet aannemelijk hadden gemaakt welk loon werknemers met een soortgelijke dienstbetrekking ontvangen, noch de hoogte van de inleg in de levensloopregeling. Verweerder had het gebruikelijk loon gecorrigeerd op basis van artikel 12a van de Wet LB, maar had onvoldoende bewijs geleverd voor een hoger loon dan het wettelijk minimum van €39.000. Tevens werd geoordeeld dat de overschrijding van de redelijke termijn bij de boetebeschikkingen tot vermindering van de boetes leidde.
De rechtbank vernietigde en verminderde diverse naheffingsaanslagen en boetes, stelde het gebruikelijk loon vast op het wettelijke minimumbedrag, en beargumenteerde dat de optimalisatie van de levensloopregeling geen reden was om het loon lager vast te stellen. Ook werd geoordeeld dat opzet bij de ene BV kon worden aangenomen, maar niet bij de andere. Tot slot werden de griffierechten aan eisers vergoed.
Uitkomst: Het gebruikelijk loon wordt vastgesteld op minimaal €39.000, naheffingsaanslagen en boetes worden deels vernietigd of verminderd wegens onvoldoende bewijs en overschrijding redelijke termijn.