ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ4902
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C.M. Rutten
- M. Daalmeijer
- M. Hoendervoogt
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel vastgoedhandelaar na bewezenverklaring witwassen en heling
De rechtbank Noord-Holland heeft op 19 maart 2013 een ontnemingsbeslissing genomen tegen vastgoedhandelaar P. De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van ruim €25,7 miljoen is gebaseerd op bewezenverklaringen uit het arrest van het hof Amsterdam en een ontnemingsrapportage. Het betreft met name het medeplegen van witwassen van gelden afkomstig uit afpersing, rentevoordelen door aflossing van leningen en het voorhanden hebben van gelden uit heling.
De verdediging voerde aan dat de rechtbank Haarlem onbevoegd was en dat de gelden niet aan P. persoonlijk toekwamen, maar aan zijn vennootschappen. Ook werd betwist dat sprake was van werkelijk voordeel door rentevoordelen en dat het vervolgprofijt ontnemingswaardig was. De rechtbank verwierp deze verweren en bevestigde haar bevoegdheid als nevenzittingsplaats van de rechtbank Amsterdam, mede op grond van het overgangsrecht.
De rechtbank concludeerde dat P. feitelijk over de gelden beschikte, ook al waren deze via vennootschappen gegaan, en dat het vervolgprofijt, zoals rentevoordelen en bespaarde rentekosten, als wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden aangemerkt. De vordering tot ontneming werd volledig toegewezen en P. werd verplicht het bedrag van €25.733.754,45 aan de Staat te betalen. De rechtbank achtte het draagkrachtverweer onvoldoende onderbouwd en wees matiging af.
Uitkomst: Vastgoedhandelaar P. moet €25.733.754,45 betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.