ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ4422
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid executeur en zorgplicht notaris bij afwikkeling nalatenschap en inkomstenbelastingaangifte
De zaak betreft een geschil tussen erfgenamen en de executeur en notaris over de afwikkeling van de nalatenschap van de overleden vader, met name over de bevoegdheid van de executeur bij het doen van de inkomstenbelastingaangifte en de zorgplicht van de notaris bij het biedingsproces over aandelen in een vastgoed-BV.
De executeur had de overlijdensaangifte inkomstenbelasting ingediend inclusief een keuze op grond van artikel 4.38 Wet IB 2001, ondanks dat hij niet formeel als belanghebbende werd gezien. De rechtbank oordeelde dat de executeur mocht aannemen dat de erfgenamen instemden met deze keuze en dat hij niet onrechtmatig handelde. De erfgenamen hadden immers geen tijdig bezwaar gemaakt tegen de aangifte of de keuze daarin.
Ten aanzien van de notaris stelde de rechtbank vast dat deze als redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot had gehandeld door een eerlijk en transparant biedingsproces te faciliteren zonder nader onderzoek naar de fiscale uitgangspunten van de biedingen. De notaris hoefde niet te adviseren over de afwikkeling van de ab-claim en had geen onpartijdigheid geschonden.
De vorderingen van de erfgenamen tegen de executeur en notaris werden afgewezen. De executeur kreeg wel een vergoeding toegewezen voor gemaakte proceskosten, die de erfgenamen gezamenlijk moesten dragen. De rechtbank wees de vorderingen van de executeur tegen de erfgenamen toe voor een deel van de kosten.
De uitspraak bevestigt de beperkte bevoegdheid van de executeur bij fiscale keuzes, mits instemming van erfgenamen, en benadrukt de zorgvuldigheid die van een notaris mag worden verwacht bij het begeleiden van biedingsprocessen in nalatenschappen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de erfgenamen af en veroordeelt hen tot vergoeding van proceskosten aan de zijde van de notaris en executeur.