ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ4048
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij onduidelijkheid woonsituatie en inlichtingenplicht bij Wwb-uitkering
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een Wwb-uitkering, welke door verweerder is afgewezen op grond van onduidelijkheden over haar woonsituatie. Tijdens een huisbezoek werden veel spullen aangetroffen die niet aan verzoekster toebehoren, waaronder herenkleding en een beslapen tweepersoonsbed in de voormalige kamer van haar zoon. Verzoekster verklaarde dat haar zoon al tweeënhalve week niet meer bij haar verbleef, wat niet strookt met de bevindingen.
Verzoekster heeft geen verklaring gegeven over wie er wel in de kamer verbleef, waardoor niet kan worden uitgesloten dat zij niet alleen woont. Verweerder stelde dat verzoekster haar inlichtingenplicht heeft geschonden, hetgeen de voorzieningenrechter onderschrijft. Daarnaast is vastgesteld dat verweerder verzoekster niet heeft gevraagd waar zij vanaf juli 2012 van heeft geleefd, maar dit is niet meegenomen in het besluit.
Gezien de omstandigheden acht de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat verweerder bij de beslissing op bezwaar tot toekenning van de uitkering zal overgaan. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de woonsituatie van verzoekster.