ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ2148
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving vuilstortplaats Nauerna wegens ontbreken concreet zicht op legalisatie
De gemeente Zaanstad weigerde handhavend op te treden tegen de vuilstortplaats in Nauerna wegens overtreding van het bestemmingsplan. Eiser stelde dat er geen concreet zicht op legalisatie was omdat de gemeenteraad geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) had afgegeven. Na eerdere procedures stelde de voorzieningenrechter vast dat het gebruik van de stortplaats in strijd is met het bestemmingsplan en dat de omgevingsvergunning alleen kan worden verleend na een vvgb van de gemeenteraad.
De derde partij stelde dat het planvoorschrift niet meer actueel is, maar dit werd verworpen op basis van een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gemeenteraad een vvgb zou verlenen. Er was geen concreet zicht op legalisatie, waardoor het besluit om niet handhavend op te treden werd vernietigd.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de gevolgen van het niet-handhavend optreden gering waren en de derde partij stappen had gezet richting legalisatie. Verweerder werd opgedragen binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit om niet handhavend op te treden wordt vernietigd en binnen drie maanden dient een nieuw besluit te worden genomen.