Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
legaat
€ 123.000,=
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een geschil over de uitleg en uitvoering van een legaat uit 1982, waarbij de erflater zijn aandeel in een gezamenlijk veehouderijbedrijf aan zijn broer legateerde. De vraag was of het legaat nog geldig was nadat het bedrijf sinds 2003 aanzienlijk was afgeslankt en de bedrijfsvoering was veranderd.
De rechtbank stelde vast dat het bedrijf in 2009 nog bestond, zij het in afgeslankte vorm, en dat het legaat daarom niet was vervallen. De primaire vordering van eiseres om het legaat te laten vervallen werd afgewezen. Subsidiair werd toegewezen dat de legataris het bedrag van de boekwaarde van het gelegateerde goed moest betalen in tien jaarlijkse termijnen, met wettelijke rente.
Verder werd de verdeling van de gemeenschappelijke eigendommen vastgesteld, waarbij een deel van de onroerende zaken als privévermogen werd aangemerkt en niet tot het legaat behoorde. De rechtbank wees de gebruiksvergoeding af omdat de legataris de zakelijke lasten droeg en onvoldoende feiten had gesteld voor vergoeding. Proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het legaat is niet vervallen; gedaagde moet de boekwaarde in tien termijnen betalen en onroerende zaken worden verdeeld met betaling wegens overbedeling.