Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling op 8 april 2013
- de voortzetting van de mondelinge behandeling op 26 augustus 2013.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een verzoek van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) om verlof te verkrijgen voor het toepassen van lijfsdwang tegen de gedaagde wegens het niet betalen van kinderalimentatie sinds 2003.
De gedaagde was gehuwd en heeft een onderhoudsverplichting voor een minderjarig kind, vastgesteld in 2003. Ondanks sommatie en beslagleggingen heeft hij vrijwel niets betaald, behalve een eenmalige betaling van €150 in mei 2013. Tijdens zittingen in april en augustus 2013 heeft de gedaagde onvoldoende inzicht gegeven in zijn inkomsten en onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet kan betalen.
De rechtbank oordeelt dat de gedaagde zijn verplichtingen niet nakomt en niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daartoe niet in staat is. Het verzoek tot lijfsdwang wordt toegewezen voor een maximale duur van drie maanden tot het gevorderde bedrag van bijna €29.000 is voldaan. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verlof verleend aan LBIO om kinderalimentatiebeschikking ten uitvoer te leggen bij lijfsdwang tot betaling van €28.931,40, met maximale duur van drie maanden.