ECLI:NL:RBNHO:2013:9065
Rechtbank Noord-Holland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beslissing op bezwaarschrift tegen weigering nader onderzoek door rechter-commissaris
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 17 september 2013 het bezwaarschrift van verdachte tegen de afwijzing door de rechter-commissaris van verzoeken tot nader onderzoek in een strafzaak. Het verzoek tot nader onderzoek betrof onder meer het horen van getuigen en onderzoek naar vliegtickets en telefoons.
De verdediging stelde dat er sprake was van tunnelvisie bij het openbaar ministerie en dat het alternatieve scenario van verdachte onvoldoende was onderzocht. De verdediging wilde onder meer dat medeverdachte en een getuige door de rechter-commissaris werden gehoord en dat nader onderzoek naar tickets en telefoons plaatsvond.
De officier van justitie stemde in met het horen van medeverdachte en de getuige, maar vond nader onderzoek naar andere getuigen en de tickets en telefoons niet noodzakelijk. De rechtbank oordeelde dat het horen van medeverdachte en de getuige een verdedigingsbelang diende en gaf daaraan gehoor. Voor de overige verzoeken was geen toegevoegde waarde en werden deze afgewezen.
De rechtbank bepaalde dat het horen van medeverdachte en de getuige door de rechter-commissaris moest plaatsvinden, waarbij het ondervragingsrecht van de verdediging werd gewaarborgd. Het horen van verdachte zelf zou plaatsvinden bij de Koninklijke Marechaussee. Het bezwaarschrift werd derhalve deels gegrond en deels ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is deels gegrond verklaard voor het horen van medeverdachte en een getuige door de rechter-commissaris, en deels ongegrond voor overige verzoeken.