ECLI:NL:RBNHO:2013:8071
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf voor ontuchtige handelingen aan boord van vliegtuig met minderjarig slachtoffer
Op 13 november 2011 heeft verdachte aan boord van een Delta Airlines vlucht van Seattle naar Amsterdam ontuchtige handelingen gepleegd met een minderjarig meisje dat alleen reisde. Deze handelingen bestonden uit het masseren van haar hand, arm, schouder, nek en hoofd, het wrijven over haar lippen, en het strelen en aaien van haar been en bil.
De rechtbank stelde vast dat verdachte deze feiten heeft beleden en achtte deze wettig en overtuigend bewezen. Er is geen sprake van strafuitsluitingsgronden. Verdachte maakte misbruik van zijn overwicht als volwassene ten opzichte van het jonge slachtoffer, wat een inbreuk op haar lichamelijke integriteit betekende.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, het feit dat het een oud feit betreft, dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking was geweest, en dat hij leed aan een zeer ernstige ziekte. De rechtbank legde een gevangenisstraf van één maand op, die geheel voorwaardelijk werd verklaard met een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden. De uitspraak werd gedaan door mr. J.J.M. Uitermark, mr. M.P.J. Ruijpers en mr. M. Malsch op 3 september 2013.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar.