ECLI:NL:RBNHO:2013:8062
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C.M. Rutten
- C.A.M. van der Heijden
- G. Demmink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen uitvoer van metamfetamine via luchthaven Schiphol
Op 2 september 2011 heeft verdachte samen met anderen een hoeveelheid metamfetamine, verpakt in slikkersbollen, opzettelijk buiten Nederland gebracht via luchthaven Schiphol. Het onderzoek Avensis startte na eerdere incidenten met jonge Polen die verdovende middelen uitvoerden naar Japan, waarbij verdachte een actieve rol speelde in het begeleiden en voorzien van de koeriers.
De rechtbank baseerde haar bewezenverklaring op camerabeelden, verklaringen van medeverdachten en getuigen, douanecontroles en laboratoriumonderzoek dat de aanwezigheid van metamfetamine bevestigde. Verdachte werd herkend door medeverdachten als de vrouw die de koeriers begeleidde en voorzag van de drugs.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar is voor medeplegen van de uitvoer van verdovende middelen, waarbij de ernst van het feit en de schadelijkheid van metamfetamine voor de volksgezondheid zwaar wogen. Gezien de hoeveelheid en het doel van verdere verspreiding werd een vrijheidsstraf passend geacht.
De officier van justitie eiste 24 maanden gevangenisstraf, hetgeen de rechtbank overnam. Verdachte werd veroordeeld tot deze straf en de gevangenneming werd bevolen. De rechtbank sprak verdachte vrij van hetgeen niet bewezen kon worden verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van uitvoer van metamfetamine.