Uitspraak
Ontstaan en loop van het geding
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over maart 2007, oorspronkelijk ter hoogte van € 264.100, waarvan de belastingdienst later het grootste deel heeft verminderd. De aanslag was opgelegd na twijfel over de rechtmatigheid van een eerder verleende teruggaaf.
Eiseres vordert vergoeding van schade en kosten wegens vermeend onzorgvuldig handelen en vertraging door de belastingdienst. Zij stelt dat de belastingdienst onterecht de teruggaaf blokkeerde en een naheffingsaanslag oplegde, wat leidde tot dubbele belasting en verlies op haar effectenportefeuille door beslaglegging.
De rechtbank oordeelt dat niet aannemelijk is dat de belastingdienst bewust een onhoudbare beschikking heeft opgelegd. Hoewel de behandeling van het bezwaar langdurig was, is dit niet dermate onzorgvuldig dat een hogere vergoeding dan forfaitair gerechtvaardigd is. Het verlies op de effectenportefeuille wordt toegerekend aan het strafrechtelijk beslag, niet aan de belastingdienst. Vergoeding van proceskosten wordt beperkt tot het forfaitaire bedrag van € 588. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd, met in standhouding van de rechtsgevolgen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de naheffingsaanslag verminderd, maar het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.